Fair is the New Black: let’s talk fair fashion

Interview: Ilona Lodewijckx & Frida Ottesen; Illustratie door Denise Hermo

Laten we beginnen met een bekentenis: ik hou van shoppen.

Ik ben gek op Zara. Ik ben verliefd op de zachte kriebel van een nieuwe trui en de strakke kontknuffel die je van een nieuwe jeans krijgt.

Shoppen kan ontzettend leuk zijn, en kleren zijn een fantastische manier om uit te drukken wie je bent of hoe je je voelt. Draag ik m’n leren jasje en rode lipstick? Geef me dan een high five, want ik voel me su-per-stoer. Draag ik daarentegen een oversized fluffy trui en een wollen sjaal? Stop me dan liever een kop koffie in de handen, want ’t is niet mon day.

En toch. We weten allemaal dat er iets serieus schort aan de mode-industrie. Dat een sjaal die in Primark ligt voor vier euro z’n maker niet veel heeft opgebracht. Dat de naaisters die je H&M hoodie in elkaar hebben gezet zelf nooit het geld bijeen kunnen sprokkelen om er een te dragen. Dat er achter de “Made in Bangladesh”- of “Made in Cambodia”-labels mensen schuilen, en dat die mensen vaak helemaal niet zo anders zijn dan wij.

Aandacht besteden aan fair fashion én tegelijk de nieuwste looks van de catwalk kunnen dragen blijft een moeilijke combo. Eerlijke alternatieven zijn vaak tweedehands — leuk, maar waar haal je je onderbroeken dan? — of lokaal geproduceerd (lees: dat trek je niet met je wekelijkse zakgeld).

Hoe verzoen je je menselijkheid met je modekriebel? We raadpleegden Frida Ottesen, een jonge Noorse modeblogster die een tijd geleden voor de documentaire Sweatshop: Deadly Fashion naar Cambodja trok, en er in dezelfde erbarmelijke omstandigheden leefde en werkte als de Cambodjaanse naaisters.

Screen Shot 2018-11-25 at 13.01.03


Frida, wat betekent mode voor jou? Hoe belangrijk is het in je leven?

“Het is nogal een reis voor me geweest, naar Cambodja gaan en de mensen ontmoeten die onze kleren maken. Het heeft m’n hele manier van denken veranderd, en daarom ben ik niet echt een “shopper” meer, zoals ik vroeger wel was.

Toen ik in het middelbaar zat ging ik naar Londen met m’n klas, en het enige waar ik écht razend enthousiast over was, was gaan shoppen op Oxford Street. Ik had nooit gedacht dat er een mens zat achter ELKE naad op de kleren die ik kocht.

Vandaag koop ik alleen nog ethische kleren, of tweedehandse, recycled kleren. Mode heeft wat van z’n glans verloren. Ik heb begrepen dat ik dezelfde persoon ben, welke kleren ik ook aan heb. En ik wil dat mensen me leuk vinden voor m’n persoonlijkheid, niet m’n stijl. I don’t dress to impress, of toch niet meer.”

Welke ervaring of ontmoeting tijdens je verblijf in Cambodja had de grootste impact op je? Waarom precies die?

FRIDA: “Er zijn natuurlijk veel ervaringen geweest die me op verschillende manieren beinvloed hebben, maar ik denk dat m’n dag in de fabriek de grootste impact op me heeft gehad. We sliepen in het huis van Sokty, op de grond, en m’n hele lijf deed pijn wanneer we ’s ochtends wakker werden. Ik voelde me verschrikkelijk, en we kregen niet eens ontbijt.

We werden naar een fabriek gebracht waar ik acht uur lang moet naaien. Maar één naadje, niet eens een hele tshirt. Na die hele dag werken maar drie dollar krijgen maakte me heel verdrietig.

Voor dat geld moest ik voor mezelf eten kopen. Ik had ook m’n regels dus ik had tampons nodig, maar toen ik de supermarkt binnenstapte om ze te kopen had ik niet genoeg geld om ze te betalen.

Toen begon ik echt wel na te denken. Wat als dit mijn leven was? Wat als ik een kledijwerker was? Ik zou een huis willen om in te slapen, eten voor mezelf en voor m’n familie, een bed, elektriciteit, water, vervoer, ik zou m’n kinderen naar school willen sturen, ik zou geld willen sparen zodat ik geen gigantische leningen moest aangaan om naar de dokter te gaan… Drie dollar is niets, en de kledijwerkers werken en leven als slaven.”

Mode heeft wat van z’n glans verloren. Ik heb begrepen dat ik dezelfde persoon ben, welke kleren ik ook aan heb.

Als je voor de serie ging shoppen, had je dan veel aandacht voor hoe fair een kledingstuk geproduceerd werd? Hoe is dat veranderd nadat je gezien hebt hoe de situatie daar is?

FRIDA: “Nee, ik dacht helemaal niet na over waar en hoe m’n kleren gemaakt werden, in welke omstandigheden, of ze door kinderen gemaakt werden of niet … Nu wel. Elke keer als ik iets koop vraag ik waar en hoe het gemaakt is.

Als iedereen wat meer vragen zou stellen tijdens het shoppen, denk ik wel dat de grote merken de druk zouden voelen van ons als kopers. Als we vragen stellen, zeggen we eigenlijk: “Deze dingen zijn belangrijk voor mij als klant,” “Ik wil een eerlijke industrie,” “Ik geef om de mensen die m’n kleren maken, en ik steun de verschrikkelijke omstandigheden waarin ze gemaakt zijn helemaal niet.”

Als je eerlijke kleren wil kopen zit je vaak opgescheept met tweedehands of erg dure lokale merken. Hoe combineer je je liefde voor mode met je activisme voor fair fashion? Is dat wel haalbaar voor jonge meisjes met een strak budget?

FRIDA: “Natuurlijk is het haalbaar. Maar het vraagt meer onderzoek en tijd. Ik vind vaak heel coole kleren in tweedehandswinkels. Soms komen m’n vriendinnen en ik samen en wisselen we kleren. Da’s een fantastische manier om van je oude kleren af te geraken, terwijl je nieuwe, coole dingen in de plaats krijgt.

Ik ga vaak naar rommelmarkten of koop online van mensen die van hun kleren afwillen. Hier in Noorwegen hebben we daar heel wat sites en apps voor. Ethische kleren zijn erg duur, maar als ik het écht fantastisch vind koop ik het wel. Weten dat de makers een fair loon gekregen hebben, maakt het extra fijn.”

Na die hele dag werken maar drie dollar krijgen maakte me heel verdrietig. Voor dat geld moest ik voor mezelf eten kopen. Ik had ook m’n regels dus ik had tampons nodig, maar toen ik de supermarkt binnenstapte om ze te kopen had ik niet genoeg geld om ze te betalen.

Zijn er dingen die we zelf kunnen veranderen om het leven van kledijwerkers in Azië en andere delen van de wereld te verbeteren?

FRIDA: “Eerst en vooral: ik ben er zeker van dat verandering zal komen met bewustzijn. Door over de problematiek te praten met vrienden en familie kan je al helpen. Artikels, foto’s, video’s en campagnes delen op je sociale media is belangrijk.

De allerbelangrijkste tool die we hebben is onze stem, en we moeten onze stem laten horen om duidelijk te maken dat dit NIET oké is. Je kan een mailtje sturen naar grote merken om ze te vertellen dat je een faire industrie wil. Of, wat ik vaak deed: naar hun facebookpagina gaan en op hun wall schrijven. Onderteken campagnes, en deel ze met je vrienden. Ga naar winkels en stel vragen over de kleren. Je kan je inzetten voor organisaties die een betere industrie willen, zoals de Clean Clothes Campaign. Je kan een facebookgroep starten om tips en artikels te delen over hoe je de industrie beter kan maken, waar je ethisch kan shoppen, hoe je coole tweedehands kan kopen, enzovoort. We moeten echt in actie schieten om verandering mogelijk te maken.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s